zondag 10 mei 2009

Stadsgezicht op Aemstelledam



Stadsgezicht op Aemstelledam
deel 1 van 1/3





De geschiedenis van Amsterdam gaat ver terug in de tijd.
Een stad die dateert uit 1275, waar graaf Floris V en de mensen bij de dam in de Amstel wonen, vrije vaart verleent over de Hollandse wateren.

De cultivering van de Amstel was nog niet voltooid, tussen deze twee dijken werd in 1250 een dam met sluizen gebouwd op de plaats waar tegenwoordig de Dam is. Het bestaan van een kleine binnenhaven aan de monding van het IJ was een feit. De naam van de nederzetting klonk Aemstelledam. Omdat het gebied rondom de nederzetting niet geschikt was voor de landbouw richtten de inwoners zich met succes op visserij en scheepvaart.

In 1342 werden de Oude en Nieuwe Zijds Voorburgwal gegraven als verdedigingsgrachten met burgwallen met een houten palissade.
Reeds in de loop van de 15de eeuw noopte de groeiende betekenis van Amsterdam als handelsstad tot een vergroting en werd een wijdere grachtengordel gegraven (Singel, Kloveniersburgwal en Gelderse Kade). Er werd toen ook besloten de stad met een stenen muur te versterken; hiervan maakten deel uit de Sint-Antoniespoort, de Schreierstoren en de onderkant van de huidige Munttoren. Eind 16de eeuw volgde wederom een verlegging van de stadsgrenzen, waardoor deze kwamen te liggen langs
Singel-Reguliersdwarsstraat-Amstelstraat-Rapenburgerstraat.



Amsterdam groeide snel, vooral nadat de Spanjaarden de stad Antwerpen hadden veroverd. In dat jaar woonden er in de stad 30.000 mensen. In 1622 had Amsterdam al 100.000 inwoners. 40 jaar later was de bevolking gegroeid tot 200.-000. Na de val van Antwerpen (1585) vluchtten duizenden mensen uit het zuiden vluchtten naar het noorden. In het begin van de 17e eeuw kwamen daar nog meer vluchtelingen bij: Joden uit Portugal en Duitsland, protestanten uit Vlaanderen en Frankrijk. Uit Duitsland kwamen veel mensen, op de vlucht voor het oorlogsgeweld, als matrozen op een schip, als marskramers of als grasmaaiers. In de stad hoorde je dan ook meer Frans, Vlaams of Duits, dan Amsterdams. Eigenlijk waren de meeste voorouders van de Amsterdammers van nu vroeger vreemdeling of buitenlander geweest.

Grote rivieren monden hier uit de zee waardoor het land een knooppunt van handelsverkeer werd,
Amsterdam neemt binnen Nederland een bijzondere positie aan sinds de tweede helft van de zestiende eeuw.



Bredero, Vondel en P.C. Hooft dichtten er hun beroemde werken. Rembrandt en zijn leerlingen hadden er hun werkplaats. Frans Hals en Johannes Vermeer stamden ook uit deze tijd. Filosofen als Spinoza en Descartes zetten er hun gedachten op papier.


De zeventiende eeuw wordt wel de 'Gouden Eeuw' genoemd. Het was de glorietijd van de Republiek en in het bijzonder van Amsterdam. Rijkdom, macht, cultuur en verdraagzaamheid.

Nu meer dan 400 jaar verder, hoe is het beeld nu?
Wat valt er nog van te herkennen?
Hoe is het om ergens in een grote stad te verdwalen, en alles te ontzien in plaats van te zien?

Een verbintenis van dag en tijd is water.
Een verbintenis tussen mens en stad maar ook tussen welvaart en handel.




Kaart Amsterdam 16e eeuw


Omdat de stad zo welvarend was, besloot men veel geld uit te trekken voor een prachtige uitleg. Knappe landmeters, bouwmeesters en kunstenaars gingen plannen maken. Ze ontwierpen drie nieuwe grachten evenwijdig aan de oude stadsmuur. Ook kwamen er verbindingsstraten en dwarsgrachten. Die grachten vormden drie halve cirkels met de Dam als middelpunt. De uitgegraven aarde werd gebruikt om de grond ertussen op te hogen. Zo ontstonden de Herengracht, de Keizersgracht en de Prinsengracht. Deze 3 hoofdgrachten waren onderling verbonden door dwarsgrachten en dwarsstraten, die uitliepen op de bestaande verkeerswegen van de binnenstad. Langs de hoofdgrachten kwamen de huizen en kantoren van de welgestelde kooplieden; daartussen en daarnaast werden volksbuurten aangelegd, zoals de Jordaan. Aan de grachten waar de rijke burgers kwamen te wonen, verrezen royale huizen, vaak met tuinen erachter. Bedrijven die vuil, rook, stank of lawaai veroorzaakten werden er geweerd. De Heren-, Keizers- en Prinsengracht werden niet stuk voor stuk gegraven, maar tegelijkertijd vanaf de Brouwersgracht. Eerst gingen de drie grachten niet verder dan de Leidsegracht, maar in 1685 werd besloten dat de halfcirkelvormige gordel zou worden voltooid. De grachten zouden de Amstel kruisen en zouden in het oosten tot het IJ orden doorgetrokken.


De Gouden Bocht

Vanaf 1662 werd de Herengracht, die eerst maar tot het Koningsplein liep, doorgetrokken tot aan de Amstel.

De nieuwe bocht in de Herengracht bij de Spiegelstraat was meteen het deftigste deel van de hele grachtengordel. Vanwege de geweldige rijkdom van de bewoners noemden de Amsterdammers dit gedeelte van de gracht de ‘Gouden Bocht’.De huizen in de Gouden Bocht zijn heel anders dan de smalle grachtenpanden van vijftig jaar eerder.

Mensenhanden hebben de Amstel verbonden met de inham in het Y, waar de eerste huisjes van Amsterdam stonden. Dat is het rechte stuk in de Amstel tussen de Berlagebrug en de Blauwbrug.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen